Twents Laboratorium voor Telegeneeskunde
Over telegeneeskunde
- Geboorte idee
- Koppelen techniek
- Kleinschalig
- Grootschalig
- Commercieel
Ontwikkelingen
De praktijk
Over telegeneeskunde

Telegeneeskunde is het op afstand monitoren en behandelen van patiënten. Dit gebeurt door het toepassen van de modernste communicatietechnologieën. Ontwikkelingen in de telegeneeskunde zijn vooral van belang voor patiënten met chronische aandoeningen. Door monitoring op afstand kunnen patiënten en professionals een verslechtering van de lichamelijke conditie tijdig opmerken en gezondheidscrises voorkomen. Met een duur woord heet dit "secundaire preventie".

Snel, veilig en betrouwbaar

Het op afstand monitoren van chronisch zieke patiënten is mogelijk omdat de techniek sneller, veiliger en betrouwbaarder is dan enkele jaren geleden. Omdat de patiënt mobiel en thuis meet, is het mogelijk langer te meten. Dat maakt de meting betrouwbaarder. Bovendien meet de patiënt onder natuurlijke omstandigheden. Bij het meten van bloeddruk bijvoorbeeld moet volgens internationale protocollen dat thuis gebeuren. Niet op het spreekuur van een arts. Dat leidt tot wat genoemd wordt "witte jassen-hypertensie", waarbij de patiënt enkel door stressfactoren, hogere meetwaarden krijgt. Steeds meer medisch onderzoek wijs uit dat zorg thuis vaak een beter alternatief is dan opnamen in een ziekenhuis. Moderne technologie maakt dat ook steeds beter mogelijk.

Fasen in de telegeneeskunde

De ontwikkeling van een telegeneeskundige toepassing verloopt in 5 fasen:

  1. Geboorte van het idee
  2. Aan elkaar knopen van de onderdelen van de techniek
  3. Kleinschalige test in de praktijk
  4. Grootschalige test in de praktijk
  5. Ontwikkelen van een commerciële toepassing

In het Twents Laboratorium voor Telegeneeskunde is de aandacht gevestigd op fases 1 en 2. Om fase 5 te bereiken is het nodig fase 1 t/m 4 eerst te doorlopen.

 

Stap 1: Geboorte van het idee

Het idee voor een telegeneeskundige toepassing kan ontstaan bij patiënten, patiëntenverenigingen, bedrijven, zorgprofessionals of onderzoekers. In het Twents Laboratorium voor Telegeneeskunde komen deze partijen bij elkaar. Het laboratorium is een plek om met elkaar nieuwe ideeën te bedenken en uit te wisselen.

Voorbeeld:
POLAR, bekend van sensoren voor sporters, heeft een uitstekende sensor (band die rond het bovenlichaam wordt bevestigd) die ademhalingsfrequentie en hartslag meet.

Het idee wordt geboren om na te gaan of deze band ook te gebruiken is voor het monitoren van COPD patiënten waarbij deze twee fysiologische variabelen in ieder geval ook gemeten moeten worden. COPD is een ernstige longaandoenbing die over 10 jaar de derde doodsoorzaak is in de Westerse wereld.

naar boven ^
 

Stap 2: Aan elkaar knopen van de onderdelen van de techniek

Het idee is er. Nu moeten verschillende acties worden ondernomen om een werkend prototype te maken.

Eerst moet POLAR toestemming geven en de technische informatie overdragen zodat wij weten hoe de sensor kan communiceren met een PDA. Dan moet die communicatie ook feitelijk tot stand worden gebracht.

Vervolgens moet worden besloten hoe ademhalingsfrequentie en hartslag zichtbaar moeten worden gemaakt zodat gebruiker en zorgprofessional dit zelf kunnen zien. Maar omdat bij COPD ook zuurstofsaturatie van belang is bij de diagnostiek, moet die ook gemeten worden en in het systeem worden geïntegreerd. Zo zijn bedrijven, zorgprofessionals en onderzoekers bezig een werkend prototype te maken.

naar boven ^
 

Stap 3: Kleinschalige test

Wanneer het prototype gereed is, breekt fase 3 aan: een kleinschalige test met vrijwillige patiënten. Meestal gebeurt dat in een zorgpraktijk (huisarts) of zorginstelling (ziekenhuis). De makers testen met eindgebruikers of het systeem net zo werkt als in het laboratorium. Zij zien nu of het werkt zoals het bedoeld is. Is het systeem betrouwbaar? Is het patiëntvriendelijk? Is het datatransport in orde? Alle onderdelen worden getest en waar nodig aangepast. Aan het einde van deze fase beslissen de makers om wel of niet door te gaan naar de volgende fase.

Er zijn bijvoorbeeld 5 werkende prototypes en die worden op 20 patiënten getest, in 4 groepen van 5 patiënten. De zorgprofessionals, in dit geval longartsen, geven aan hoe lang er getest moet worden.

Er worden vrijwilligers gevraagd en die krijgen uitleg over het doel van de test. Hen wordt verteld waar ze de sensoren moeten plaatsen, hoe lang ze per dag moeten meten en hoe ze kunnen zien dat het meetproces ook daadwerkelijk goed verloopt.

De zorgprofessional logt via Internet in op de website van de ontwikkelaar van het systeem en zien daar de gegevens van de patiënt. Op basis hiervan kan deze een oordeel vormen over de conditie van de patiënt en zo advies geven om tot actie over te gaan. Bijvoorbeeld wanneer er tekenen zijn van een naderende crisis (exercebatie).

Op basis van de resultaten van deze test wordt het systeem verder aangepast en verbeterd. Eveneens is denkbaar dat het systeem helemaal niet blijkt te doen wat gedacht werd. In dat geval kan de ontwikkeling worden stopgezet.

naar boven ^
 

Stap 4: Grootschalige test

In de kleinschalige test heeft de techniek zijn dienst bewezen. In de grootschalige test, testen de makers het systeem bij een grotere populatie. Hier komen zij mogelijk problemen op het spoor die samenhangen met de schaalgrootte.

Wanneer wordt doorgegaan met COPD monitor, wordt deze op een grote schaal getest, ook met andere ziekenhuizen. Hierbij is dan bijvoorbeeld van belang dat dokters en verpleegkundigen niet de hele dag naar de data van de patiënt gaan kijken. Die doen dat alleen als er aanleiding toe is. Dat betekent dat er een vorm van alarm moet worden ingebouwd die bij de zorgprofessional terecht komt als de conditie van de patiënt een bepaalde grenswaarde bereikt.

Bovendien wordt in deze fase met een grotere groep (bijvoorbeeld 100) patiënten getest en zo worden alle aspecten van het systeem zorgvuldig bekeken. Dit leidt in de praktijk tot aanpassingen van het systeem.

naar boven ^
 

Stap 5: Ontwikkeling van een commerciële toepassing

Wanneer de grootschalige test succesvol is, zetten bedrijven de dienst om naar een commerciële toepassing. Dan breekt een fase aan van intensief overleg met specialisten en verpleegkundigen, met de Medisch Elektronische Dienst, met de ICT afdeling van een ziekenhuis. Vervolgens moet bekeken worden wat de dienst per patiënt kost en wie daarvoor gaat betalen. Dan moet de dienst gecertificeerd worden.

Als deze hobbels genomen zijn en alle partijen zien de voordelen van het systeem, bijvoorbeeld voorkomen dat COPD patiënten vaker dan nodig is worden opgenomen in een ziekenhuis, kan het onderdeel worden van de reguliere gezondheidszorg.

Vervolgens kan in het laboratorium gewerkt worden aan verdere uitbreiding van de dienst door bijvoorbeeld informatie over de leefomgeving van de patiënt (luchtvochtigheid, luchtzuiverheid, temperatuur etc.) te integreren in de informatie over de patiënt.

naar boven ^
Laatste nieuws
14 maart 2011
"Patiënten hoeven niet meer naar het ziekenhuis om hun bloeddruk te laten meten.
De poli interne geneeskunde van ZGT Hengelo heeft in samenwerking met bp@home een nieuwe manier van bloeddruk meten ontwikkeld waarbij de patiënt dit zelf vanuit huis kan doen."
Persbericht ZGT Hengelo over BP@Home